Sluiten
Menu

Een hoopvol begin

Introductie

Napoleon is door historici vaak afgeschilderd als een agressieve op buit beluste dictator. Die uit puur narcistische willekeur er op uit was om de alleenheerschappij binnen Europa te krijgen. Door dezelfde historici wordt daarbij Rusland uitgebeeld als het argeloze slachtoffer van de expansiedrift van de Keizer. Rusland heeft zich de afgelopen tweehonderd jaar altijd gepresenteerd als het slachtoffer van West-Europese agressie die het manhaftig heeft weten te weerstaan.

Het sprookje dat de Russen tot vandaag aan toe vertellen over het 'agressieve' Westen dat het arme vredelievende Rusland in een moment van zwakte zou willen aanvallen is flagrant in strijd met de feiten. In 1812 had Rusland wel degelijk agressieve bedoelingen.
Eén van de plannen van de Russische minister van Oorlog; Bennigsen, was om de het door hen verfoeide Hertogdom Warschau aan te vallen voordat Napoleons troepen zich zouden kunnen ontplooien, vervolgens het hertogdom te "bevrijden" en daarna aansluiting te zoeken met de Pruisen.
De Pruisen zouden dan bij succes van het Russische optreden, van partij wisselen en zich als bondgenoot van Rusland tegen Napoleon keren. Vervolgens zouden dan de Duitse bondgenoten één voor een van Napoleons zijde wijken en Rusland zou dan een formidabele positie in Europa hebben weten te krijgen.
En niet alleen in 1812 had Rusland agressieve bedoelingen! In 1916 viel Rusland Duitsland binnen om zich de oostelijke provincies toe te eigenen toen het dacht dat de Duitsers aan het Westelijk front te veel in beslag zouden worden genomen. In 1939 had een opportunistische Stalin wel degelijk offensieve plannen. Want één van de elementen van het Ribbentrop-Molotov pact betekende dat het oostelijk deel van Polen door Rusland bezet zou worden. In alle drie gebeurtenissen hebben de Russen zich op de situatie verkeken aan het kortste eind getrokken.
Uiteindelijk heeft de Russische legerleiding in 1812 geen gebruik kunnen maken van de overweldigende overmacht aan troepen die het zeker na de slag bij Borodino tot haar beschikking had. In vrijwel alle confrontaties met de coalitie tijdens de campagne van 1812 heeft Rusland militair zijn meerdere moeten erkennen in de coalitie. Ondanks een enorme hoeveelheid 'overwinningsmonumenten' die hedentendage nog overal in Rusland zichtbaar zijn, blijft het feit dat Napoleons leger is verslagen door Napoleons eigen besluiteloosheid, een voorspelbare en volstrekt falende logistiek, en de extreme winterse omstandigheden.
Niet door superieure Russische militaire operaties.
Remi 's relaas maakt deel uit van dit beknopt stukje geschiedenis.

De hoofdpersoon in het boek is een voorouder van de schrijver; Remi Remouchamps.
Het werk is gebaseerd op een aantal brieven die Remi tijdens de campagne van Napoleon in Rusland aan zijn moeder heeft geschreven.
Deze brieven zijn in het bezit van de familie en vormen de basis voor dit werk.
Remi woont in 1811 in het departement Ourthe van het door Frankrijk geannexeerde deel van de Oostenrijkse Nederlanden, in wat nu België is. Aangemoedigd door de successen van Napoleon in Italië, en Oostenrijk meldt Remi zich aan als vrijwilliger bij de Grande Armée.
Het boek beschrijft hoe Remi zijn opleiding ontvangt in de Lancierskazerne in Luik. Hoe hij kennis neemt van de verhoudingen binnen het leger. Waar hij voor de eerste keer zijn superieuren ontmoet. Veelal oudgedienden die al een paar jaar met de troepen van Napoleon aan verscheidene campagnes hebben deelgenomen.

Vervolgens wordt de reis beschreven van meer dan tweeduizend kilometer die Remi maakt vanaf Luik via Keulen, dwars door de Duitse staten van de Rijnbond, door het Koninkrijk Hannover richting Berlijn, de hoofdstad van Pruisen.

Remi trekt door het door het door Napoleon gecreëerde Hertogdom Warschau en komt uiteindelijk terecht in de omgeving van een klein plaatsje; Mariampole, een kilometer of twintig ten zuiden van de Russisch- Poolse grens. Remi maakt daar deel uit van de beveiligende strijdmacht van Napoleon' s coalitie waar hij wordt ingekwartierd bij de smid Liudas Guzevicius. Vervolgens krijgt Remi' s onderdeel daar een aanvullende opleiding die zich gereed maakt om met meer dan zeshonderdduizend manschappen uit twintig verschillende naties de grote aanvalsoorlog richting Moskou te beginnen.

In het vervolgdeel "Een verschrikkelijk einde ", zullen Remi' s avonturen worden beschreven die hij ervaart wanneer hij als deel van die coalitie naar Moskou optrekt.

Samenvatting

Remi woont in 1810 in het dorpje Hollogne-aux-Pierres, in het Franse departement Ourthe in wat nu Wallonië heet. De familie Remouchamps bezit in die streek verschillende door water aangedreven korenmolens en het merendeel van de familie werkt daar al meer dan honderd jaar hetzij als molenaar, hetzij in daarmee verbonden beroepen zoals graanhandelaar. Remi besluit zich aan te melden als vrijwilliger bij de eenheden van de 'Grande Armée'. Zijn eenheid zal na de opleiding deel gaan uitmaken van het 106 de Infanterieregiment van Linie (RIL). Een van de regimenten van het 4de Legerkorps van Napoleons schoonzoon, Eugène de Beauharnais. In die periode het "Leger van Italië genoemd".)

In deel één wordt een poging gedaan om het redelijk monotone en beschermde dagelijks leven van Remi te beschrijven. Remi wordt gemotiveerd door de verhalen van een vriend die aan de veldslagen in Oostenrijk heeft deelgenomen in 1809.

Meer ...

Deel 1
Hollogne-aux Pierres

"Wat een onzin!" roept plotseling een bekakt-dunne en autoritair-hoge stem. Iedereen kijkt om naar diegene die de euvele moed heeft om de voorstelling op een dergelijke manier te verstoren en daarbij de stemming grondig komt bederven. "Hoe kun je nu als eenvoudig soldaat een dergelijk compleet overzicht geven over een veldslag die twee dagen heeft geduurd?"


De vechtpartij

De falsetstem is van Theofiel De Flehout. De zoon van de baron en voornaamste werkgever in de streek. 'Jonge meneer de Baron', die zojuist met zes jonge gasten het lokaal heeft betreden. De meesten van zijn kameraden kennen we. Ze zitten normaal in de andere kroeg van het dorp. Die kroeg is eigendom van de Flehout.
Het zijn zonen van pachters die voor zijn vader werken. Bovendien hebben Theofiel en zijn mannen zich daar de nodige moed ingedronken want hun gelaatskleur is die van een ondergaande zon en de zinnen die uit hun mond komen zijn redelijk kort en ongearticuleerd. Door overmatig alcoholgebruik is het bloed via hun mond naar hun maag gezakt, daarbij een ruimte onder hun hersenpan creërend, die groot genoeg is om als echoput te fungeren. En de groep is duidelijk niet binnengekomen om aan de feestvreugde deel te nemen, doch duidelijk bedoeld om onze held Léon van zijn voetstuk te stoten.
Theofiel, Léon en ik hebben vier jaar op dezelfde lagere school bij elkaar in de klas gezeten en sinds de eerste dag dat Theofiel en Léon in elkaars nabijheid kwamen, hebben zij in een min of meer permanente vorm van vijandigheid geleefd. Beider karaktereigenschappen en de verschillende maatschappelijke achtergrond van Theofiel en Léon staan even ver van elkaar als de maan en de sterren van de aarde. Theofiel en Léon verschillen niet alleen qua achtergrond en afkomst maar ook optisch is het verschil duidelijk zichtbaar. Léon heeft, dankzij zijn militaire leven in ieder geval een meer mannelijke contour gekregen. Theofiel daarentegen heeft een peervormig lichaam waarbij zijn nek is verdwenen en zijn schouders zo ongeveer rechtstreeks aansluiten op zijn oren. En wát voor oren!
Net als zijn zuster Eugenie heeft Theofiel wijduitstaande flaporen en een mogelijk nog grotere haviksneus. Maar dat is slechts de buitenkant van Theofiel. Daar kan het manneke niets aan veranderen.
Maar Theofiel is een ijdel, argwanend en gemeen ventje dat er overduidelijk van overtuigd is dat zijn maatschappelijke waarde voornamelijk moet worden afgemeten aan geld en de invloed die zijn familie daardoor heeft in de streek. Bovendien is Theofiel een oneerlijk manspersoon die op slinkse wijze altijd geprobeerd heeft om mensen waar hij mee omgaat, te bedriegen. Het is een ziekelijke afwijking want Theofiel is toch een van de, zo niet de rijkste dorpsbewoners. Maar kennelijk heeft ons baronnetje nooit genoeg!
Er zijn talloze voorbeelden van het optreden van Theofiel waarbij zijn eigen pachters werden bedreigd, middenstanders werden bedrogen en dochters van de pachters, waar Theofiel zijn oog op had laten vallen, onder onoorbare en valse voorwendsels werden meegelokt waarna er op grove wijze misbruik van de situatie werd gemaakt. Léon daarentegen komt van een andere planeet.
Léon is een eerlijke en oprechte gast en daardoor hebben de verschillende karaktereigenschappen van Léon en Theofiel sinds de lagere schooltijd, altijd gebotst. Léon, die met en paar kameraden aan tafel zit, valt stil, springt overeind en wil naar voren stormen, doch wordt gelukkig door zijn vrienden tegengehouden. "Beschuldig jij mij er van een leugenaar te zijn?" schreeuwt Léon met overslaande stem.
"Jawel zeker," antwoordt Theofiel. "Een ordinaire en doortrapte leugenaar zoals jij altijd al bent geweest."
Léon schudt zijn vrienden van zich af, recht zijn rug en loopt dreigend richting Theofiel.
"Wie is hier de doortrapte en ordinaire leugenaar?" antwoordt Léon met kop die al door de 'Vin Obligateur ' van Hubert al lichtelijk rosé is aangelopen maar door zijn kwaadheid nu een purperen variant heeft gekregen. "Wie heeft er minstens vier van onze meisjes door intimidatie en dreigementen op hun rug weten te krijgen? Kijk eens in de spiegel Theofiel. Je denkt toch zeker niet dat een van die deernen uit genegenheid met jou is meegegaan?"
Vrijwel de hele kroegbezetting lacht bulderend ter instemming!
"En wie heeft er bij voortduring getracht om met vervalste rekeningen de eigenaren van de twee levensmiddelenwinkels te bedriegen?"
Een van de bedrogen winkels is zo te horen in de staminee aanwezig en brult: "Vuile oplichter!"
Een kwalificatie die kennelijk door het grootste deel van de gasten wordt gesteund, gelet op het daverende applaus.
Iedereen uit Hollogne-aux-Pierres kent de geschiedenis van de oplichtingpraktijken van Theofiel. Uiteraard is een ieder in het logement ook op de hoogte van deze onverkwikkelijke zaak die dan wel een jaar of twee geleden heeft plaatsgevonden maar die uiteraard door niemand is vergeten. Meneer de baron heeft de schulden van zijn zoon betaald en Theofiel voor een half jaar verbannen naar een oom in de Provence, om de gemoederen in het dorp weer een beetje tot rust te laten komen.
Theofiel, die vermoedelijk ook fysiek gesterkt is door de wijn en moreel gesteund door zijn zes meelopers-kannenkijkers, krijgt een aanval van dapperheid en haalt plotseling uit naar Léon. Léon weert de klap met een korte handbeweging af en geeft Theofiel een geweldige dreun midden op zijn adellijke haviksneus.
Op dat moment is het hek van de dam! En het is een schoolvoorbeeld van hoe alcohol een negatieve uitwerking heeft op het communicatievermogen van de gebruikers! Men zou daar een studie over moeten maken!
Léon's broers werpen zich op de zes bezopen gasten, die overigens met stokken en messen zijn bewapend, en weten in enkele minuten drie van hen door welgerichte slagen uit te schakelen. Eén van de zes krijgt van een van de broers van Léon een enorme klap met een bierkroes dwars over zijn gezicht. Zijn wenkbrauw scheurt en een sproeiregen van bloed spat alle aanwezigen die in de buurt staan, onder. Een tweede dappere wordt door een krukje geraakt. Midden op zijn voorhoofd. Je hoort een gekraak en ik hoop van harte dat het geluid van het krukje afkomstig is en niet van de schedel van de kompaan, anders staan we volgende week, vermoedelijk allen geketend, op het kerkhof de overledene te bewenen. Maar de koppen van de boeren in de streek van Ourthe staan bekend om hun dikke schedeldak dus het zal er vermoedelijk op uitdraaien dat Hubert gewoon een ander krukje moet laten maken. Maar de strijd is nog niet gestreden!
Stoelen vliegen door de lucht!
Een paar banken worden door trappende benen van de deelnemers van het gladiatorengevecht omgegooid en er klinkt een voortdurend gebrul en geschreeuw. Dominique, die zich uiteraard gretig in de strijd mengt, heeft twee van Theofiel's vrienden bij hun nekvel gegrepen en slaat beide koppen tot bloedens toe tegen elkaar. Daarna gooit hij achteloos de bewusteloze lappendekens links en rechts tussen de stoelen waarbij er opnieuw een aantal van die inmiddels schaars geworden meubelstukken in de staminee sneuvelen. Dominique is in zijn element!
Hij geniet met volle teugen, nu er een beroep wordt gedaan op zijn voornaamste kwaliteit: zijn spierkracht! Theofiel, die van nature geen held is, verbergt zich achter de rug van een van de grootste, nog overeind staande metgezellen, en kraait: "Wij komen terug!" v Overigens een belachelijke opmerking, want 'terugkomen' kan alleen maar als je van tevoren bent 'weggegaan'. En dat is eigenlijk nog steeds niet aan de orde. Theofiel's grootste persoonlijke verdediger krijgt een stoel dwars over zijn kop geslagen die zijn neus breekt en zijn lip scheurt. Het bloed gutst hem over zijn gezicht. Theofiel krijst wanhopig nu hij bemerkt dat zijn voornaamste verdedigingsbastion onherstelbare schade heeft opgelopen. Dominique duwt met een zwaai van zijn arm Léon opzij, richt zijn aandacht nu volledig op Theofiel en gaat hem achterna. Maar Theofiel weet zich uit de mêlee te werken, struikelt over een van zijn uitgeschakelde kompanen, die in katzwijm ligt, en wordt, mede geholpen door de overige stamgasten die begrijpelijkerwijs de zijde van Léon hebben gekozen, de staminee uitgezwiept. Met een nauwelijks elegant te noemen en redelijk verre boog belandt Theofiel in het stof voor de deur van het lokaal. Dank zei zijn kogelronde buik, rolt hij nog even door over het 'terras' en belandt tegen een van de zware tafels waar ik ongeveer tien minuten daarvoor nog aan had gezeten.
Overeind krabbelend piept de morele verliezer van het dispuut:
"Wij spreken elkaar nog wel, boerenkinkel. Ik heb getekend als luitenant bij hetzelfde regiment waar jij bij dient en ik zal je deze avond stevig inpeperen."
Léon brult even hard terug: "Maar voorlopig ben je nog geen luitenant, doch slechts een opgeblazen dooie oester en ik heb scheit aan jou.

Ook in dit deel wordt verteld over de opleiding die Remi ontvangt op de Lancierskazerne in Luik

Meer ...

Deel 1
Opleiding

De korporaal Vainze verschijnt op de chambrée.
Hij ziet er niet uit!
Hij stinkt uit zijn mond alsof er een brouwerij in de brand heeft gestaan. Kortom een dégénéré van de eerste orde. Hoe de Keizer met dit soort inferieur mensenmateriaal zulke overwinningen heeft kunnen behalen, is mij een raadsel.
De eerste les op het programma is fysieke training. Daarvoor gaan we iets buiten de kazerne naar een soort hindernisbaan bestaande uit allerlei houten staketsels en hangende touwen. De bedoeling is dat we elke hindernis met een andere techniek moeten passeren. Voor het nemen van iedere hindernis afzonderlijk wordt door een atletisch gebouwde jonge onderofficier van de opleidingscompagnie een andere manier gedemonstreerd. De meeste rekruten zijn van eenvoudige boerenkomaf en gewend aan lichamelijke ontberingen, dus hebben ze geen enkele moeite met de "fysieke training". Ik ben dan zelf niet echt van boerenkomaf, maar in mijn werk in de molen ben ik wel wat gewend aan lichamelijke arbeid. Ik heb dan ook nauwelijks moeite met alle balken, ladders en touwen die ons op ons parcours hangen om ons, zoals de korporaal het noemt, "zo hard als ijzer" zullen maken. Kortom, de fysieke training stelt in mijn ogen niet veel voor. Afgezien van het feit dat je er alleen een beetje moe van wordt, is de belasting alleszins aanvaardbaar. De training gaat zo'n uurtje door en de instructeurs en groepscommandanten schijnen niet ontevreden. Elke hindernis wordt "afgerond" door vele kniebuigingen, opdrukoefeningen en springtechnieken. Als we bij een hoge boom zijn gekomen, waarin een touwladder hangt waar we slechts met gebruikmaking van onze armen in moeten klimmen, hoor ik luid en duidelijk; 'Sinds wanneer moeten we de tegenstander uit een boom halen?
Als ze er in gekropen zijn, laat ze dan toch zitten. Of steek de boom in brand...'
Er is een hindernis waarbij we onder een aantal strak gespannen touwen moeten kruipen, die op een afstand van vijftig centimeter boven de grond zijn gespannen. Uiteraard heeft het kader er voor gezorgd dat het traject ruim met water is natgemaakt zodat het kruipen onder de touwen door de modder een voorspelbaar effect heeft. De modder kruipt via onze halzen en de bovenkant van onze broeken naar binnen en ik heb het gevoel alsof ik aan het oefenen ben om een regenwurm te worden.
'Voorwaarts, idioten! Alles voor het Vaderland,' brult de instructeur met kennelijk plezier wanneer hij de modderige en nauwelijks herkenbare rekruten ziet rondkruipen. 'Ik besef dat ik voor het vaderland moet vechten,' gromt een kameraad van me, die een beetje achter mij voortkruipt. 'Maar dat ik daarmee mijn vaderland in mijn broek mee moet dragen was me van tevoren niet verteld!'
Ondanks de vermoeidheid gaat er toch een gegrinnik door de rijen modderkruipers. De instructeur denkt dat er ten koste van hem wordt gelachen.
'Wat hóór ik, recalcitrant gespuis?
Wat hóór ik?'
Het antwoord, in de vorm van een aantal knetterende scheten, laat niet lang op zich wachten.

Het tweede deel verhaalt over de voorbereiding voor, en de tocht naar het oosten en vertelt over de reis die Remi maakt vanuit Luik, dwars door de landen die nu Duitsland heten en het voormalige Polen, naar de grens met Rusland, die in die periode werd gevormd door de rivier de Nemunas.(Njemen)
Ook in dit deel wordt verteld over de opleiding die Remi ontvangt op de Lancierskazerne in Luik

Meer ...

Deel 2
De tocht naar het Oosten

Over ons reisdoel maken we ons eigenlijk op dit moment nog geen enkele zorgen!
We weten vrijwel zeker dat aan het eind van de tocht we niet zullen worden uitgenodigd om deel te nemen aan een carnavalsfeest.
Maar aan een spelletje petanque met ijzeren kogels.
Iedereen beseft dat er aan het eind van deze weg zal worden gevochten. Waarbij ongetwijfeld doden en gewonden zullen vallen. En de kans dat één of meerdere kameraden uit onze compagnie bij de slachtoffers zullen behoren is meer dan waarschijnlijk. Maar dat zijn geen zorgen voor vandaag. Voorlopig is iedereen trots en opgelucht dat we onderweg zijn. We zijn eindelijk weg van de kazerne. Met de dagelijkse diarree van inspecties, controles, zinloze herhalingen van de meest eenvoudige lessen. De pauzenloze intimidatie en kinderachtige correcties die volgens zeggen van ons kader bedoeld zijn om ons de noodzakelijke discipline bij te brengen. We zijn goed opgeleid.
We hebben de beste uitrusting die er voor geld te koop is.
En onder leiding van vakbekwame kaderleden en officieren.
En om datgene te doen waarvoor we zijn opgeleid. En, wat het belangrijkste is, met een hoog gemotiveerde eenheid.
Die datgene zal doen wat Napoleon zijn troepen in een circulaire dat onder alle betrokken eenheden is verspreid, duidelijk heeft gemaakt: ••

"Wij gaan naar het oosten om volkeren die net als het Franse volk, en de meeste andere Europese volkeren, te bevrijden.
Van knechtschap.
Van onderdrukking.
Van uitbuiting en bevoordeling.
Van slavernij."

Iedereen is er van overtuigd dat ons doel rechtvaardig en goed is. En dat we, geleid en aangevoerd door een onverslaanbaar instituut als Napoleon, zonder enige twijfel bij elke militaire confrontatie als winnaar uit de bus zullen komen en in onze uiteindelijke opdracht zullen slagen.
Als je voor een goede zaak strijdt, is een nederlaag leiden nimmer een optie. Alleen verslagenen en deserteurs verliezen de hoop op succes en daarmee het recht om mee te beslissen over een betere, meer rechtvaardige samenleving.

Op het einde van deel 2 worden de belevenissen van Remi verteld wanneer hij is gelegerd in Meškučiai, als onderdeel van een beveiligende strijdmacht in het noorden van het Hertogdom Warschau. Meškučiai is in die periode een klein Pools plattelandsstadje waar Remi een paar maanden verblijft. In dit deel wordt verteld hoe een eenheid Franse vrijwilligers en dienstplichtigen hun tijd doorbrengt, en zich voorbereid voor de oversteek van de Nemunas en de invasie van Rusland.

Meer ...

Deel 2
Meškučiai

Het is intussen weer laat in de middag geworden en we zullen weer moeten gaan uitkijken naar een of ander onderkomen. Maar terwijl ik de wagen tracht te keren, wordt ons paardje plotseling vreselijk nerveus. Hij trekt aan de leidsels, wil voor noch achteruit en snuift grote stoomwolken uit zijn neusgaten. Zijn ogen rollen in zijn kop en ik kan hem bijna niet meer onder controle houden. Wat gebeurt er in hemelsnaam? Waarom is dat beest plotseling zo nerveus?
In geen velden of wegen is er enig teken van leven te bespeuren.
De wagen staat weliswaar tegen de bosrand aan maar ik heb vrij goed opgelet dacht ik toen ik de wagen stalde en het paardje aan een dikke berk vastbond.
Maar er is duidelijk iets aan de hand wat het beest doodnerveus maakt! En dat is nog zwak uitgedrukt.
Maar waarom is het beest plotsklaps zo verschrikkelijk angstig? Het beestje rukt aan de leidsels en wil er vandoor. Gelukkig heb ik het touw waarmee hij was vastgebonden stevig aan de boom vastgeknoopt en kan hij nergens heen.
Maar dan klinkt er een oorverdovend geraas uit het bos. Takken breken en struiken worden opzij geduwd.
Wat is daar aan de hand?
Het lijkt wel of er een span paarden met wagen en al door de struiken naar ons toekomt. Geen span paarden maar een bruin monster dat uit het struikgewas naar voren stormt.
Ik kan mijn ogen niet geloven.
Een beer!
Reusachtig groot want het beest gaat direct op zijn achterpoten staan en brult met een rollende rauwe klank.
En hij is direct te ruiken ook.
Een vuile lucht van bederf komt mijn richting uit.
Dat heeft het paardje natuurlijk geroken.
Daarom is het zo angstig geworden. En ik kan hem geen ongelijk geven!
Het beest is enorm. Ik schat hem op bijna drie meter en ik vermoed dat het meer dan tweehonderd kilo weegt.


De beer stoot een vervaarlijk gebrul uit

Het is werkelijk een monster! En niet alleen reusachtig groot, maar even kwaad als hij groot is! Het dier heeft een vuilbruin vel waar vette zwarte slierten aanhangen! Zijn muil staat wijd open en ik zie de witte hoektanden blikkeren tegen de donkerrode achtergrond van zijn keel. Hij brult vervaarlijk en is kennelijk op een confrontatie uit. Dominique stormt naar de wagen toe om zijn musket te grijpen, maar het beest raadt zijn bedoeling en probeert hem de pas af te snijden. Ik kan niets anders doen dan te trachten het paardje vast te houden. Als die zich op de een of andere manier zal proberen los te trekken zijn we de klos. Dominique is gelukkig iets sneller dan de beer en stormt op volle snelheid rond de wagen. De beer houdt in en hijst zich even op zijn achterpoten terwijl het een monsterachtig gebrul uitstoot. Ons paardje, dat geen kant uit kan, sterft bijna van angst. En ik ben er niet veel beter aan toe. Ik tril als een espenblad. Maar Dominique heeft zijn musket kunnen laden en komt nu in gebogen houding van achter de wagen recht op de beer af. Opnieuw richt het vervaarlijke monster zich op zijn achterpoten. Ik zie vuil slijm uit zijn muil druipen. Zijn klauwen met nagels van meer dan vijftien centimeter, zien er gruwelijk gevaarlijk uit. Ik sta letterlijk te schudden van angst. Ik heb zelf geen enkel wapen bij me zodat ik me op geen enkele manier kan verdedigen. Ik heb mijn weliswaar mijn bajonet maar dat zal vermoedelijk even veel indruk maken op de beer als een paraplu! Ik zie Dominique nu rechtop staan. Nog steeds twee koppen kleiner dan de beer! En Dominique is nu echt niet wat je een "onderdeurtje" zou kunnen noemen. Ik zie hem op het monster richten. Hij heeft maar één kans. God geve dat hij zijn zenuwen de baas blijft! Plotseling valt het beest aan en wil zich met een geweldige sprong voorwaarts op Dominique storten. De beer stormt naar voren terwijl hij met zijn poten geweldige wolken sneeuw opwerpt! Dan schiet Dominique en een wolk van kruitdamp komt tussen hem en de beer. Er klinkt een geweldig gebrul wat langzaam overgaat in een klaaglijk gehuil. Ik bid dat hij het beest dodelijk verwond heeft want Dominique heeft slechts zijn leeggeschoten musket en zelfs geen sabel of enig ander wapen voorhanden. Als de rook is opgetrokken zie ik de beer zijwaarts wegrollen. Het schot heeft doel getroffen! Dominique heeft hem direct is de rode muil getroffen. De kogel is op die afstand vrijwel rechtstreeks ingeslagen en een golf van donkerrood bloed stroom uit de muil van het dier. Het is dodelijk verwond. Terwijl hij in zijn sterven nog wat stuiptrekkingen vertoont zie ik aan de achterzijde van de monsterachtige kop een uitschotopening waar de hersens van het beest voor een deel naar buiten gekomen zijn. Een voortreffelijk schot! Een levensredder! Ik moet er niet aan denken wanneer Dominique gemist zou hebben! Dan zouden we het vermoedelijk alle drie niet overleefd hebben. Ikzelf, Dominique en ons paardje idem dito. Maar zelfs Dominique heeft het benauwd. Ook hij staat te trillen op zijn benen. "Afschuwelijk," zegt hij met haperende stem. "Ik moet er niet aan denken wanneer ik zou hebben gemist! Heb je die muil gezien? Ik denk dat ik nu wel weet op welke manier onze vier kameraden aan hun einde zijn gekomen. Die beer heeft zich vermoedelijk op onze kameraden gestort terwijl ze lagen te slapen of zoiets. Maar het is veel waarschijnlijker dat ze gewond waren en niet in staat om zich te verdedigen. Dan zijn ze op die manier een eenvoudige prooi voor het hongerig monster geworden. Dat beest is natuurlijk uit zijn winterslaap gehaald omdat hij stierf van de honger! Die vier gasten hebben geen schijn van kans gehad. En na afloop van het feestmaal van de beer hebben de wilde zwijnen zich meester gemaakt van de rest. Vandaar dat die resten over een zo groot gebied waren verspreid." "Enfin," zeg ik "We zullen eens kijken wat we van dat monster kunnen gebruiken. Het is en blijft natuurlijk een geweldige stapel vlees. Maar eens kijken wat we er vanaf kunnen snijden. Maar hoe krijgen we dat kreng gevild? Ik kan hem met zijn vermoedelijke tweehonderd kilo niet in een boom hijsen, net als en varken of een hert. Ik zal eens zien of ik zijn jas af kan stropen. Dan zien we ook of er mogelijk wat biefstukken vanaf te halen zijn." Ik haal twee touwen van de wagen en probeer die om de achterpoten van het monster te binden. Gelukkig is het beest onder een grote berk omgevallen zodat we die boom kunnen gebruiken om hem eventueel omhoog te hijsen. Maar het wordt al ras donker. "We moeten vlug zijn willen we hier nog wat nuttigs doen," zegt Dominique. "Ik wil hier eigenlijk niet blijven overnachten. Misschien heeft dat monster nog wat familieleden rondrennen. En die zullen vermoedelijk allemaal verhaal komen halen om hun broer of zuster te wreken. Uiteindelijk, waar er één beer is, kunnen er meer zijn. En ik heb mijn portie avontuur voor vandaag ruimschoots gehad," zegt Dominique. "Het lijkt er verdomme op dat er geen dag voorbij gaat of er gebeurt wel het een of ander!"

Bestellen:
Het boek kan besteld worden bij Bol.com:
Een hoopvol begin



Klik hier om de recensies te lezen

Recesies

Naam: Leo Dorrestijn
Wie zich afvraagt wat er 200 jaar geleden is gebeurd, heeft in 2012 de herdenking van de Slag bij Borodino gemist. Dit was het hoogtepunt en tegelijk dieptepunt van de veldtocht die Napoleon begon tegen de Tsaar van Rusland en diens generaals.

Doch deze veldtocht van bijna een jaar omvatte veel meer dan een serie veldslagen. De auteur heeft dit beschreven vanuit drie bijzondere perspectieven en tegen de achtergrond van de historische feiten.
1. Hij is zelf voormalig beroepsmilitair en artillerist, hij woont in Vilnius (Litouwen), een van de steden die de ondergang van de Grande Armée kenmerkten, en hij is een nazaat van de hoofdpersoon Remi Remouchamps. Zijn eigen waarnemingen tijdens een reis langs de slagvelden en steden, zijn in het deels geromantiseerde verhaal verwerkt.
2.De gebeurtenissen en lotgevallen worden verteld als een soort dagboek en in de tegenwoordige tijd. De lezer is er bij, van dag tot dag, en van stad tot stad. Het lijden en de overlevingsdrang van de soldaten zijn bijna voelbaar.
En het taalgebruik is dat van een soldaat: niet altijd gekuist, recht voor zijn raap, en met een knipoog waar enige overdrijving doorklinkt.
3.De auteur richt zich niet op het geniale veldheerschap van Napoleon of de intriges op hoog niveau of de heldenmoed van Fransen, Zwitsers en Italianen, maar tracht te verklaren hoe de gewone soldaat binnen een kleine eenheid zijn lot heeft ervaren en daadwerkelijk kon zien waarom het niet goed zou aflopen. Dat de vlam van de hoop en het vertrouwen in de Keizer nog lang bleef branden, is in feite het unieke van de man en zijn leger. Vive l’Empereur was vaak de aanvalskreet, maar ook het afscheidswoord op het slagveld.
Doch het boek doet méér dan dat. Het amuseert, want Remouchamps is een geboren verteller ondanks enkele schoonheidsfoutjes. Het biedt bovendien inzicht in de kwaliteit van de uitrusting, de opleiding, de vrijwilligers en geronselden, en in de gang van zaken op het slagveld voor en tijdens het gevecht, en ook daarna.
Een onthullend en onthutsend boek waarin de glans van Napoleon niet onaangetast blijft en de verschrikkingen in een oorlog van alle tijden blijken te zijn. De sociale processen tussen mannen die met hun leven voor elkaar moeten instaan, het belang van inlichtingen, logistiek en misleiding, de erbarmelijk slechte zorg voor gewonden en uitvallers, de misdragingen door deserteurs en Kozakken, alsmede de invloeden van geografie en klimaat; het komt allemaal aan de orde. Meer specifiek voor die periode zijn de grote afhankelijkheid van paarden en de mogelijkheden tot brugslag door pontonniers.

Kortom, een geweldig leesboek, ook in omvang, en vooral boeiend voor degenen die niet op zoek zijn naar zuiver historische literatuur, maar naar een menselijk verhaal dat waar gebeurd zou kunnen zijn.

Naam: R.J. van der Werken
Ik ben geen liefhebber van oorlogsboeken....

Dat is misschien een vreemde uitspraak uit de mond van een gepensioneerd generaal-majoor, maar voor mij wel een feit.
Ik moet dit uiteraard proberen toe te lichten.
Oorlogsboeken vallen voor mij in een aantal categorieen.
1. De geschiedkundig / wetenschappelijke werken, die veelal minder uitnodigende leesstof opleveren, maar soms onontbeerlijk zijn om een deel van de geschiedenis goed te kunnen doorgronden.
2. De autobiografieën van leidinggevenden in een specifieke oorlogssituatie. Veelal zijn dit vormen van zelfverheerlijking of zelf-verontschuldiging waar ik maar weinig waardering voor kan opbrengen en
3. Dagboeken (of een bewerking daarvan) van willekeurige deelnemers aan de strijd. Vaak kenmerken deze boeken zich door een grote mate van "human interest", maar - zeker als zij gebaseerd zijn op de ervaringen van "lager geplaatsten" - is de historische context veelal dusdanig "klein" of versplinterd, dat het "grote beeld" de lezer ontgaat.
4. Oorlogsromans. Fictieve avonturenromans die maar een zeer losse binding hebben met de feitelijkheid. Op zich niets mis mee, maar verder niet meer dan amusement.
Het boek "200 jaar later" maakt vormt hier een prettige uitzondering op.

De basis van dit lijvige werk is het (maar deels te reconstrueren) verhaal van Remy, een voorvader van de schrijver, die deel uitmaakte van het voetvolk van de "Grande Armee". De bekende gegevens (met name de overgebleven briefwisseling) zijn door de auteur gebruikt als raamwerk voor een fictief verhaal.
Het gedegen bronnenonderzoek van de auteur, zijn eigen - zij het natuurlijk eigentijdse - ervaring als beroepsofficier bij de Koninklijke Landmacht, maar vooral zijn grote inlevingsvermogen, gekoppeld aan een toegankelijke schrijfstijl hebben het boek zijn specifieke karakter gegeven.

Het leest weg als een avonturenroman, maar biedt teven een gedegen inzicht in een minder bekend deel van de krijgsgeschiedenis.
Bovenal geeft het een gevoel van de wijze waarop een "klein radertje" uit een grote machine de barre tocht van de Grande Armee naar Rusland moet hebben ervaren.

Dit boek kan gelezen worden als een spannende historische roman, maar dan een, die daarnaast een stuk historische kennis overbrengt. In mijn ogen echt een aanrader!

R.J. van de Werken

Generaal-Majoor (b,d.) der Artillerie.

Naam: J.H.J.Andriessen

Meesterlijke historische roman uit tijd van Napoleon
Auteur: Victor A.C. Remouchamps
Isbn: 97890 8548 3366
Uitgever: Gigaboek.

In “De lotgevallen van Remi Remouchamps tijdens Napoleons veldtocht naar Moskou” beschrijft de auteur de belevenissen van zijn voorouder die als vrijwilliger in 1811 meetrok naar Moskou met de Grande Armée en hierover brieven stuurde aan zijn moeder.
Natuurlijk is er op elk boek wel iets aan te merken en dat zal dan ook wel bij dit boek worden gedaan maar het bijzondere van “De lotgevallen van Remi Remouchamps tijdens Napoleons veldtocht naar Moskou” is dat het een van de weinig geschriften is waar je ondanks de omvang, niet van kunt afblijven.

Hoewel het boek een enorme omvang heeft (819 pagina’s inclusief bijlagen), soms wel eens ietwat langdradig overkomt, grijpt men er toch steeds weer naar terug, gedreven door nieuwsgierigheid om te zien hoe het verder met de hoofdfiguur Cs. gaat. Ook wordt men getroffen door de meer dan interessante interpretatie die gegeven wordt van het leven van een gewone soldaat uit die Napoleonistische tijd. Daarbij is de vakkennis van de schrijver (ex-kolonel) natuurlijk een onontbeerlijke hulp geweest maar vooral ook de duidelijk merkbare research en kennis van de gebeurtenissen De auteur bezocht persoonlijk veel van de locaties die in het boek beschreven worden en maakte vaak vergelijkende foto’s.
Na lezing van dit boek heeft men een uitstekend inzicht gekregen in de gang van zaken destijds, het leven en lijden van de man in het veld, de chaotische toestanden bij de troepen, de miserabele medische verzorging, de eindeloze marsen, de onderlinge verhoudingen, de kou en honger enz. Dit alles is op waarlijk meesterlijke wijze op schrift gezet.
In de rij boeken over Napoleon neemt voor wat leesplezier betreft “De lotgevallen van Remi Remouchamps” duidelijk een eerste plaats in en alleen daarom al is dit boek een echte aanrader.
In de bijlagen wordt nader ingegaan op het optreden van het 4e Legerkorps van Eugéne de Beauharnais waartoe het 106e regiment van Remi behoorde. De slag om Vitebsk, Smolensk, Borodino Maloyaroslawetz en de gruwelijke overgang over de Berezina waarbij de Fransen waarschijnlijk zo’n 25000 man verloren terwijl er ook nog eens zo’n 22000 man krijgsgevangen werden gemaakt waarvan men schat dat 10.000 man daarvan door de Kozakken werden vermoord, tonen de verschrikkingen van deze oorlog in schrille kleuren weer.
In deze bijlagen komt de research door de auteur verricht, uitstekend tot uiting wwardoor ook de historische waarde van zijn boek nog interessanter en waardevoller wordt.

Het is te hopen dat de verspreiding van “De lotgevallen van Remi Remouchamps tijdens Napoleons veldtocht naar Moskou”, geschreven door Victor A.C. Remouchamps. een groot succes mag zijn. het is het dubbel en dwars waard!!!!!

J.H.J.Andriessen

Naam: Roel K. Vos (Amateur historicus en Napoleon kenner)
Boekbespreking van het boek ‘200 jaar later’.

Dit boek gaat over de Russische Veldtocht van Napoleon in 1812.
We lezen de avonturen van Remi Remouchamps, een verre voorouder van de schrijver.
Het boek is een fantasieverhaal. Het leest als een soort roman. Het is zeer gedetailleerd militair en menselijk geschreven. Het is een dik boek geworden (817 pagina’s). Het duurt even voordat het gelezen is, maar het verveelt absoluut niet. Dit komt mede doordat de hoofdstukken niet te lang zijn.
De historische context van dit boek is juist. De namen van de landen, plaatsen, rivieren zijn echt en bestaan nog steeds. De schrijver heeft dan ook vooraf een reis gemaakt om dit alles na te lopen. Regelmatig heb ik tijdens het lezen mijn iPad gebruikt om situaties en plaatsen te controleren, ik heb geen onjuistheden kunnen vinden!
Aan de hand van het verslag van Remi van deze veldtocht krijgt de lezer een prachtig beeld van de dagelijkse gang van zaken gedurende deze barre tocht. Remi is eerst soldaat, dan onderofficier en hiermee krijgen we een inkijk in de belevenissen van de gewone man tijdens deze tocht.
En die zijn niet altijd even leuk!
Remi is wel kritisch en legt de vinger op de zwakke plekken: logistieke aanvoer van voedsel en verse manschappen en de barre toestanden rond het behandelen van gewonden.
Vooral dit laatste komt op veel plekken in het boek terug.
Ik las dit interessante boek in een redelijk tempo uit.
Elke keer las ik meer dan ik van plan was, zo greep mij de tekst.
Een praktisch punt is het gewicht van het boek. Na weging blijkt het 1,9 kilo te zijn. Dat leest lastig. Ik legde er daarom een kussentje onder en toen werd het hanteren veel gemakkelijker!
Kortom: een aanrader voor de lezer, die meer wil weten van de dagelijkse gang van zaken tijdens deze Russische Veldtocht.

Naam: Kees van Gestel
Ik heb het boek met ontzettend veel plezier gelezen. Na een gezapig begin in de woonplaats van Remi, neemt zijn leven een ingrijpende wending nadat hij zich heeft aangemeld bij de “Grand Armee”. Bij aanvang van de militaire opleiding wordt hij (en ook de lezer) opgepakt en in een andere versnelling gezet. De schrijver schets een levendig en reeel beeld van wat de gewone soldaat bezighoud; honger, dorst, vermoeidheid, kou en pijn voorkomen en daar is dan ook een behoorlijk deel van de dag (en zijn gedachten) mee gevuld. Weer heelhuids naar huis gaan na het avontuur is zijn ultieme doel. Dit oog voor detail, neergezet in de context van feitelijke historische gebeurtenissen maken dit boek tot een bijzonder werk. Het is een lijvig boek geworden, maar elke pagina is de moeite waard en doet je verlangen naar de volgende. Het is zo’n boek waarbij je benieuwd bent naar hoe het eindigt en het vervolgens jammer vindt dat je het uit hebt.
Ik vond het een echte page-turner en zal het zeker vaker lezen, al is het alleen maar om weer even de door de schrijver opgeroepen sfeer te proeven. Wat mij betreft een echte aanrader voor de liefhebber van dit genre.

Naam: Stef Stolk
“200 jaar later” is een oorlogsroman die zich afspeelt tijdens Napoleons veldtocht naar Moskou in 1812. Het verhaal is gebaseerd op historische feiten. Ondanks dat het boek 800 bladzijden beslaat, boeit het verhaal van het begin tot eind, ook voor diegenen met een niet-militaire achtergrond. De schrijver heeft een zeer onderhoudend en indrukwekkend verhaal geschreven en hier en daar met de nodige humor gekruid. Het is geschreven vanuit het gezichtspunt van een gewone soldaat en vertelt onder meer de gruwelen en ellende maar ook de lachwekkende situaties die hij meemaakt tijdens de waanzinnige militaire operatie. De schrijver maakt aan de hand van de lotgevallen van die soldaat duidelijk dat het gebrek aan een goede logistiek een van de oorzaken is geweest van de faliekant mislukte veldtocht.

Stef Stolk

Naam: Ronald de Wilde
Ik heb het boek gelezen onder de titel "200 jaar later. De lotgevallen van Remi Remouchamps tijdens Napoleons veldtocht naar Moskou.".

Op sublieme wijze wordt het leven van een gewone soldaat geschetst ten tijde van Napoleon, ten tijde van de Franse revolutie.
Op meesterlijke wijze wordt het 'kanonnenvoer' in beeld gezet, respectloos aangewend tot eer en glorie van een select groepje bevelvoerders.

Blij dat ik het in handen kreeg bij mijn lezing van een rits boeken over de Franse revolutie en Napoleon, over een periode amper 200 jaar geleden. Een periode die veel verklaart wat, tot op vandaag, rondom ons gebeurt.

Spijtig toch van de vele zetfouten doorheen het ganse boek.