Sluiten
Menu

Vertrouw op God en je Mauser

Introductie

Dit boek is het vervolg van "Waar de zon in het noorden staat" waarin de lotgevallen worden beschreven van Rudi van de Pavoordt.
Rudi is geboren in Terneuzen in achttienhonderd vierenzestig als enige zoon van een eenvoudig middenstandsgezin. In die jaren was Terneuzen een klein, onbeduidend plattelandsstadje in Zeeuws-Vlaanderen aan de Westerschelde, dat in de jaren zestig van de negentiende eeuw nauwelijks mogelijkheden bood voor een ambitieuze jongeman die er van droomt om, in navolging van zijn oom, arts te worden.
Rudi belandt door omstandigheden die in deel 1 van dit verhaal zijn beschreven in Transvaal en komt daar terecht bij de Belgische dokter Bambeke, die in Bosfontein een landgoed heeft en waar Bambeke , voordat hij een beroerte kreeg die hem vanaf de nek af beroofde van het gebruik van zijn ledematen, vroeger een dokterspraktijk onderhield.
Rudi krijgt van Bambeke de gelegenheid om medicijnen te gaan studeren. Hij raakt verliefd op de dochter van Bambeke en trouwt in het jaar 1885 met Agnes. Dit boek vertelt over de ontwikkelingen in Transvaal tijdens de voorbereiding op de onafhankelijkheidsstrijd van de Boeren tegen een corrupt en koloniaal Groot Brittannië dat er, gedreven door een aantal kapitalistische oligarchen, alleen maar op uit is op de bodemschatten van Transvaal en Oranje Vrijstaat te confisqueren.
Bambeke besluit ter voorbereiding van het dreigende conflict uit eigen middelen een verbandpost annex noodhospitaal in te richten op zijn grondgebied.

Meer ...

Er is geen houden aan!
Bambeke drijft mij voort als een echte galeislaaf. Nauwelijks ben ik terug om Lungile te informeren wat ik van hem verwacht, of Thabo komt mij al opzoeken met de mededeling, dat ik zo spoedig mogelijk naar Bambeke 's werkkamer moet komen.
Wanneer ik de ruime kamer binnenstap, zit Bambeke, gewikkeld in de bekende stapel dekens, aan tafel en vraagt me ongeduldig: 'Waar heb je nu de hele tijd gezeten, druiloor? Ik had je gezegd dat ik je om èèn uur hier wilde zien, en het al bijna half twee.'
Ik verontschuldig me enigszins verontwaardigd en vertel hem dat ik Lungile in eerste instantie niet kon vinden, omdat hij bij zijn kudde melkkoeien was en niemand precies wist waar hij uithing.
Bambeke laat mij nauwelijks uitpraten. 'Je gaat morgenvroeg naar Pretoria. Daar zoek je die dokter Lillpop op. Die zal je hoogstwaarschijnlijk aantreffen in het hoofdkwartier van het Transvaalse Rode kruis. Wanneer hij dààr niet is, weten ze beslist waar je hem wel kunt vinden. Je geeft hem de brief mee die ik je zo direct zal dicteren. We zullen een aantrekkelijk voorstel voor die man maken. Het lijkt me interessant wanneer we die kerel voor ons karretje kunnen spannen. Laat maar een enveloppe met geld achter en vertel hem dat dit geld bedoeld is voor de "initiële aanloopkosten".'
'Wat bedoelt u in Godsnaam met aanloopkosten? Wat valt er dan "aan te lopen"? vraag ik verwonderd.
'Rudi, je moet de mensen en vooral ambtenaren een beetje kennen. Die verschillen echt niet zo veel van elkaar, omdat ze toevallig andere talen spreken. Je kunt moeilijk zeggen dat het geld bedoeld is om wat goodwill te kweken voor de organisatie van ons plan.
Er zullen ongetwijfeld meer mensen zijn zoals ik die met verzoeken komen om goederen. En wanneer je dan "initiële aanloopkosten" hebt gemaakt bij het opstellen van de prioriteitenlijst, dan maak ik me sterk dat er geen dertig ziekenhuisbedden, een operatietafel en wat verbandkasten te vinden zijn. In ieder geval overnacht je morgenavond in Pretoria en je vertrekt overmorgen vroeg naar Johannesburg. Daar ga je op zoek naar die oud-patiënt van mij, die meneer Bechstein of tegenwoordig Benson. Daar geef je opnieuw een brief af en je zorgt er voor dat hij direct begint met het samenstellen van een zending. We zullen een gedetailleerde lijst maken van medicijnen, verband en medische uitrusting.
'Hoe bent u er zo zeker van dat meneer Benson bereid is om u tegemoet te komen?' vraag ik opnieuw verwonderd na het voltooien van de eerste brief.
'Luister Rudi. Op de eerste plaats is meneer Bechstein een jood. Die mannen hebben een ingebouwd kasregister tussen hun oren. Maar wanneer hij de brief leest en ziet dat hij van mij afkomstig is, dan moet je maar eens op zijn gezicht letten wanneer hij de laatste drie regels gaat lezen!'
Bambeke lacht daverend.
'U bedoelt de paragraaf die eindigt met; Hopelijk is mevrouw uw echtgenote weer volledig hersteld? Ik hoop van harte dat er geen reden is voor een volgende consultatie? Mijn collega Van de Pavoordt die u deze brief brengt, is dezelfde mening toegedaan?' vraag ik ten overvloede.
Jawel, mevrouw Benson had na een vakantie in Engeland plotseling veel last van een nogal beschamende, zeg maar "sociale" kwaal waarvoor ze een paar keer bij me is geweest.
Uiteraard is meneer Benson er alles aan gelegen dat aan die affaire zo min mogelijk ruchtbaarheid wordt gegeven. Temeer, omdat meneer Benson van een zakenreis terugkwam met een vergelijkbare kwaal. Zeg maar een "mannelijke variant"!'

Rudi helpt Bambeke deze verbandplaats te bouwen en vervolgens in te richten. Rudi besluit om zich te melden als assistent-arts bij een Belgische groep Vrijwillige gewondenverzorgers die zich zal aansluiten bij een van de "kommando's" van het Transvaalse leger. Tijdens zijn bezoek aan Pretoria, waar hij doende is om materiaal voor de verbandplaats te organiseren belandt hij in het European hotel, waar hij kennis maakt met Hendrik Verloren van Themaat , een Nederlandse vrijwilliger die van plan is om zijn diensten aan de Boeren aan te bieden.

Meer ...

'Mag ik u ter felicitatie en ter kennismaking een drankje aanbieden?' vraagt de kerel vriendelijk, nu in zèèr herkenbaar Twents, terwijl hij zijn best moet doen om boven het geroezemoes uit te komen.
'Hendrik Ver Loren van Themaat', stelt hij zichzelf voor.
Ik denk dat ik het niet goed verstaan heb vanwege de drukte en het lawaai. 'Bedoeld u dat u iets verloren hebt, meneer Themaat?' vraag ik.
De man lacht. 'Nee, hoor. Mijn familienaam is een ietwat ingewikkelde affaire. Noem me maar Themaat. Dat klinkt wat gemakkelijker'.
Ik stel me eveneens voor, gebruik voor het gemak mijn gefingeerde titel als arts en ben natuurlijk nieuwsgierig om te horen wat dit deftige Nederlandse paardenhoofd hier uitvoert.
'Ik ben hier in Transvaal om mijn bescheiden kwaliteiten aan te bieden aan de regering van dit land en ben hier de afgelopen week aangekomen. Ik heb mijn diensten al bij verschillende ministeries aangeboden, maar alle betrokken functionarissen zijn of te druk of niet echt geïnteresseerd!'
'Welk beroep heeft u dan, als ik vragen mag, meneer Themaat? Bent u arts?' vraag ik.
'Neen hoor, ik ben jurist, maar het schijnt dat de regering voor alle vrijwilligers wel een functie heeft. Ze hebben alleen geen geld om hen financieel tegemoet te komen.
Geld is voor mij echter geen probleem. Geld heb ik zelf voldoende en motivatie om de Boeren in hun vrijheidsstrijd tegen de Britten te helpen, heb ik in overvloed.
Maar wat brengt ù hier in dit wespennest?'
Ik leg uit dat ik net als Themaat, van oorsprong Nederlander ben en hier al meer dan vijftien jaar woon. Dat ik als arts samen met mijn schoonvader een praktijk heb, iets ten oosten van Bosfontein. En dat ik van plan ben me als arts en gewondenverzorger aan te melden om in geval van oorlog, mijn bescheiden steentje bij te dragen aan de vrijheidsstrijd van mijn nieuwe vaderland.
Themaat grijpt mijn hand en kijkt me strak aan. 'Een patriot! Net als ik! Waren er maar meer van uw soort! Hebt u al een groep gevonden waar u zich bij wilt aansluiten?'
Ik vertel mijn nieuwe vriend dat ik nog niet zo ver ben om nu al op stel en sprong te vertrekken, maar dat ik, wanneer de regering dat verzoekt, als èèn van de eersten in de rij zal staan om mij als vrijwilliger aan te melden en mijn plicht te doen.

Rudi maakt als assistent-arts de veldslagen van Elandslaagte de Colenso mee. Elandslaagte is de eerste verschrikkelijke ervaring op het slagveld die door de Boeren wordt verloren.

Meer ...

Tegen vier uur in de middag wordt de situatie plotseling buitengewoon dramatisch! Wat er precies aan de hand is voor onze stelling, is mij niet duidelijk, maar plotseling zien we grote groepen boeren wild rennend naar de kraal gaan, waar hun paarden staan aangelijnd, en in volle vaart er vandoor gaan. Er is niemand die ons kan informeren wat er precies aan de hand is. Colijn is al meer dan twee uur in geen velden of wegen te zien geweest en Leemans is begrijpelijkerwijs op dit ogenblik druk doende met andere prioriteiten.
Wij kunnen geen kant uit, omdat we hier met meer dan twintig gewonden zitten, die we niet in deze staat en zonder de nodige voorbereiding kunnen laten reizen.
In de ambulancewagens is weliswaar plaats voor twaalf man, maar ik denk er niet over om een deel van de gewonden hier achter te laten. De situatie in onze stelling lijkt werkelijk buitengewoon hachelijk te worden, want in plaats van enkele, stromen nu tientallen, zo niet honderden Boeren van de achterzijde van het kopje, richting de kraal waar de paarden worden klaar gehouden door zwarte handlangers. Ik kan zelfs van hier uit zien dat de staf die in tenten aan het werk was, nu ook in grote haast te paard of anderszins in noordoostelijke richting aan het vertrekken is.
Coolen brult mij toe: 'Rudi, wat is er aan de hand. Zijn ze op de vlucht geslagen? Waar is Colijn? En aan wie kunnen we vragen wat de situatie is?'
Zijn vragen worden echter door de ontwikkelingen al beantwoord. Op het moment dat een grote groep Boeren druk doende is hun paard uit te zoeken en op te stijgen, wordt er plotseling een donderend geweld hoorbaar uit westelijke richting, dat met toenemend volume, snel onze kant uitkomt. Onder de Boeren die pas uit hun stelling zijn gerend, op weg naar hun rijdier, breekt volledige paniek uit. Want het verschrikkelijke gedonder wordt veroorzaakt door een enorme overmacht aan Engelse cavalerie die de zich terugtrekkende Boeren compleet overvalt. Wat er zich op dat moment voor onze ogen afspeelt, is te afschuwelijk voor woorden en ik vermoed dat ik de beelden waar ik nu met afgrijzen naar moet kijken, nimmer meer uit mijn geheugen zal kunnen wissen.
De aanstormende cavalerie is bewapend met horizontaal gehouden lange lansen!
Boeren zijn "van huis uit" geen militairen en - hoewel het vrijwel stuk voor stuk goede schutters zijn - hebben ze absoluut geen ervaring met blanke wapens, waar ze dan ook een grote vrees en afkeer van hebben.
De cavaleriecharge komt in vier golven van achter het meest westelijk gelegen kopje de vallei binnen stormen, zich als een wals stortend op de totaal overdonderde Boeren. De meesten kunnen geen kant uit!
Ik zie dat veel van hen eenvoudig als wilde zwijnen op een zwijnenjacht overhoop worden gestoken. De lansiers schijnen er zelfs plezier in te hebben, want ik hoor er een paar luid schateren wanneer èèn van de Boeren tracht te ontvluchten en door drie lansiers achterna wordt gezeten om uiteindelijk onder een struik als een wild varken aan de grond te worden gespietst!
Ook Boeren die hun handen omhoog hebben geheven ten teken dat ze zich willen overgeven, worden niet gespaard!
Zelfs de zwarte hulptroepen die niets anders van plan waren dan de paarden van de Boeren in gereedheid te houden, worden zonder onderscheid des persoon afgemaakt. Want je kunt je de slachting die zich hier voor onze ogen afspeelt, gewoon niet anders noemen. Dit heeft niets met een heroïsche militaire actie te maken. Dit is niets anders dan moord!
Iedereen weet dat in een treffen zoals vandaag slachtoffers vallen, maar dezelfde personen die met dat feit rekening houden, weten ook te vertellen dat er zelfs op het slagveld nog een zekere vorm "beschaving" wordt gehanteerd!
Dit eerloos, volstrekt zinloos en willekeurig afslachten van zwart en blank, heeft niets te maken met wat zogenaamde beschaafde volken met elkaar uithalen. Dit bloeddorstig op een wrede en barbaarse manier afslachten van weerlozen die zich proberen over te geven, stamt nog uit de tijd dat Djengis Khan met dezelfde onmenselijke intentie de honderddertigduizend mannen, vrouwen en kinderen van Peking uitroeide.

Maar de verschrikkelijke beelden zijn nog niet voorbij!
Vanuit de groep Boeren die aan de rand van de kraal hun paarden heeft weten te vinden, stormt een Boer met achter zich in het zadel een vrouw. Goed te zien aan de lange wapperende haren. De Boer probeert naar het westen uit te breken en rijdt zo snel hij kan langs twee lansiers die niet snel genoeg zijn om hem te onderscheppen. Hij wendt zijn paard snel naar rechts, houdt het beest in en probeert door een snelle manoeuvre uit de ring van de slachters te breken. Tevergeefs! Een tweetal lansiers snijdt hen af en ik zie tot mijn afgrijzen dat èèn van de twee lansiers de Boer op volle snelheid achtervolgt en zijn lans in de rug van de vrouw steekt, haar vrijwel volledig doorborend. Ik hoor haar nog een gil slaken als ze uit het zadel tuimelt. De Boer die haar hoort gillen, keert zich om teneinde zijn vrouw te helpen, en heeft een Mauser in zijn hand, die hij met èèn vloeiende beweging aan zijn schouder brengt en twee schoten afgeeft, die een andere lansier vol in het gezicht treffen! Maar de Boer heeft tegen een overmacht van tien tegen een geen schijn van kans en wordt, van drie kanten belaagd, aan de lansen geregen.

Maar tijdens de slag bij Colenso laten de Transvalers zien dat ze van die nederlaag hebben geleerd en de slag bij Colenso wordt ondanks een numerieke meerderheid van de Britten van meer dan tien op een door de Transvalers gewonnen. De Britten moeten beschaamd erkennen dat ze hun meester hebben gevonden in Louis Botha, de commandant van de gecombineerde Boerenlegers.

Meer ...

De verkenners van onze generaal komen nu met toenemend alarmerende berichten terug! De Britse artillerie is in stelling gegaan op ongeveer drie kilometer ten zuiden van de rivier en de brigades zijn gereorganiseerd. Het is nu duidelijk dat de Britten over een breed front in de omgeving van Colenso zullen aanvallen. Colijn komt ons nu ook regelmatig informeren over wat er in de staf bekokstoofd wordt. Hij vertelt ons dat de generaal een kort moment zenuwachtig is geworden over de aantallen die tegenover ons staan, en dat hij bang was dat ze niet hier bij Colenso, maar mogelijk zelfs meer dan vijftien kilometer stroomafwaarts een poging zouden wagen de rivier over te steken. Uiteindelijk blijkt dat de Britten met hun operaties niet al te ver verwijderd willen zijn van hun hoofdslagader: de spoorlijn die vanuit de Kaapprovincie naar Ladysmith loopt, en dat ze vermoedelijk alles op alles zullen zetten om hier bij Colenso door het centrum van onze verdediging te breken.
'Laat ze maar komen', zou Botha gezegd hebben. 'Laat ze hun tanden maar stukbijten op de Tugela. Ik heb zo hier en daar nog wat voor ze in het vat!'
De stemming is in ieder geval goed op het hoofdkwartier en er is ook bij de kommando's geen enkel teken van ongerustheid.
'Laat ze maar komen!' is de algemene stemming. 'Wij zijn er klaar voor!'
****
Ik word door Aelmans midden in de nacht wakker gemaakt.
'Dokter, we denken dat het zo ver is', fluistert hij.
'Beste Jacques', zeg ik een beetje geërgerd, terwijl ik een kaars aansteek om naar mijn horloge te kijken. 'Wat mankeer je? Het is pas vier uur in de morgen.
Je kunt nauwelijks wat zien.
Waar heb je die wijsheid dan vandaan?'
'Dat moet u dan maar aan Lungile vragen, dokter. Die heeft mij wakker gemaakt met dezelfde informatie. Hij is er vast van overtuigd dat er iets staat te gebeuren. Vraagt u me in Godsnaam niet waar Lungile die kennis vandaan heeft, maar we hebben al eerder gemerkt dat hij op de een of ander manier een goede relatie met de Voorzienigheid heeft.' Dat is een goed argument dat ik volledig onderschrijf, en ik kleed me snel aan.
Het is nog steeds aardedonker en ook volledig windstil. Een teken dat het vandaag een warme, zo niet snikhete dag dreigt te gaan worden! En er hangt inderdaad iets in de lucht! Het is niet goed onder woorden te brengen, maar deze morgen is anders dan de voorafgaande dagen.
Ik peins even kort welke dag het vandaag is en kom uit op vrijdag, vijftien december.
Over twee weken zal het Oud- en Nieuw zijn. Hopelijk zal het nieuwe jaar en zelfs de aankomende eeuw, vreedzamer zijn dan de bloedige periode van de afgelopen honderd jaar! Ik moet nog even kort grimlachen wanneer ik aan het gesprek met Bambeke terugdenk, waarin werd gesteld dat iedereen van mening was dat het conflict vòòr het einde van het jaar voorbij zou zijn.
Wel! Dat is best mogelijk, maar niet dit einde van het jaar! Dat staat wel vast!
Lungile duikt op vanuit het duister van de nacht. 'Baas, het is te stil er is iets gaande vanochtend. Je kunt het merken aan de nachtgeluiden. Je hoort vogels die normaal gesproken nog niet actief zouden zijn, en ander nachtelijk wild laat zich juist niet horen. Er is iets gaande dat hun normale gedrag verstoort!
Er gaat iets gebeuren! Vertrouwt u uw begeleider maar deze keer; binnen een uur zal de wereld er hier totaal anders uitzien!'
Zijn woorden zijn nog niet koud, of er klinkt een dreigend gerommel in de verte.
Artillerie!
Nu hebben de Britten gisteren al en paar keer van hun artillerie gebruik gemaakt, maar dat was meer inschieten en nam eigenlijk niemand serieus!
Maar nu is het anders! Het gerommel doet vaag aan een naderend onweer denken, maar dat is bij deze weersomstandigheden onwaarschijnlijk!
Bovendien heeft dit gedonder een veel dreigender, agressiever karakter!
En, hoe waar is mijn vermoeden! Door de lucht is nu het onmiskenbare geruis en gesis van overvliegende projectielen te horen. De Britse artillerie vuurt al volop! Een paar seconden later horen we ook de granaten inslaan!
Gelukkig heeft de artillerie besloten om de toppen van de achter onze stelling gelegen kopjes als doel uit te kiezen! Hoogstwaarschijnlijk verwachten de Britten dat Botha zijn verdedigingslinie zo hoog mogelijk heeft gekozen, dus boven op de kopjes!
Een nieuw salvo volgt! Alweer gericht op de kopjes waar zich gelukkig geen mens bevindt! Ik geef toch uit voorzorg opdracht aan al het personeel van de ploeg om de loopgraven in te gaan, die we gelukkig tijdig hebben laten aanleggen. Er is weliswaar geen sprake van een directe beschieting, doch je weet maar nooit of èèn van die Engelse stukscommandanten zijn kwadranthoek nèt een klikje te laag heeft ingesteld. Het zal niet de eerste keer zijn dat er "per ongeluk" een Rode Kruis-eenheid of andere eigen troepen door een blunder van de eigen artillerie wordt getroffen!

Rudi raakt tijdens de slag bij Colenso ernstig gewond en wordt afgevoerd naar het noodhospitaal van zijn schoonvader in Bosfontein. Daar ligt hij vooraleerst net als overige patiënten tussen een aantal gewonden van verschillend pluimage en maakt kennis met de opvattingen van een gewonde Britse majoor Symons, twee vertegenwoordigers van de Boeren ; Johannes Coetzee die er ondanks zijn zware verwonding een opmerkelijke liberale mening op na houdt ten opzichte van de plaats van de zwarte bevolking in Transvaal.
Ook maakt hij kennis met Lodi Verwoerdt; een gewonde Transvaals politieagent die de conservatieve reactionaire component van de Boeren vertegenwoordigt.
Daarnaast een vertegenwoordiger van de "Uitlanders". Een blanke boer, afkomstig uit Schotland; David Hawthorne, die aan de zijde van de Britten meegevochten heeft en in het verhaal de mening vertegenwoordigd van de Boeren die aan de zijde van de Britten aan de strijd hebben deelgenomen.
Ook maakt Rudi kennis met een gewonde zwarte; Bhekabantu, die als werker door de Boeren is ingezet bij het aanleggen van veldversterkingen tijdens het beleg van Johannesburg en daarbij gewond is geraakt.
Tijdens de gesprekken met deze vijf vertegenwoordigers van de verschillende partijen die in de oorlog zijn betrokken, is Rudi in staat om zijn mening te formuleren over wat er in de nabije en verre toekomst structureel moet veranderen in de houding van de blanke bevolking ten opzicht van de zwarte meerderheid.

Meer ...

Een week later werden Bhekabantu en Hawthorne ontslagen. Bhekabantu werd op herhaald eigen verzoek, hoewel nog niet volledig genezen, naar de kraal van "Buitenlust" gebracht, waar door Lungile bij èèn van de arbeiders een slaapplaats was ingericht. Bij zijn afscheid had Bhekabantu nog een verrassing voor mij in petto.
'Ik wil u nog een keer bedanken, dokter, voor de goede zorgen die u aan mij heeft besteed. Dankzij u heb ik mijn verwondingen kunnen overleven. Maar waar ik u nog het meest dankbaar voor ben, is het feit dat u er hier in "Buitenlust" in geslaagd bent om een voorbeeld te scheppen hoe in een verre toekomst onze samenleving er mogelijk uit zou kunnen zien.'
'Loop niet al te hard van stapel, Bhekabantu', heb ik geantwoord. Vergeet niet dat de meeste Transvalers wel wat anders aan hun hoofd hebben dan om te gaan filosoferen over hoe hun toekomstige samenleving er mogelijk uit zou kunnen zien. Iedereen is druk bezig om de modder, het slijm en het bloed van deze oorlog te overleven. Het zal ze op dit moment een zorg zijn, wat jij en ik er van vinden. Houdt er maar gewoon rekening mee dat de overgrote meerderheid van de Transvalers en Vrijstaters er ongeveer dezelfde mening op nahouden als Verwoerdt; die ZARP die vanaf vorige week weer op weg is naar de oorlog.'
'Ik begrijp dat best, dokter. En ik weet dat in de algemene mening over de toekomst van dit land voor ons zwarten geen plaats is ingeruimd. Waar ik intussen na mijn ervaringen hier in deze verbandplaats, vast van overtuigd ben, is dat er nog blanken zijn die een meer evenwichtige mening hebben over hoe blank en zwart met elkaar om zouden moeten gaan. En je moet uiteindelijk toch èrgens beginnen. En waarom dan bijvoorbeeld niet in Bosfontein?'
'Je enthousiasme is aanstekelijk, Bhekabantu, maar lichtelijk voorbarig. Vergeet niet dat er nogal wat waars zit in de mening van Verwoerdt. Weliswaar ben ik het in het geheel niet eens met de meeste van zijn bekrompen ideeën, maar een feit is en blijft voorlopig dat de zwarte op dit moment nog een gigantische achterstand heeft in zijn ontwikkeling en dat het jaren zal duren voordat er zwarten zoals jij rondlopen, die verantwoordelijkheid voor het bestaan van hun land op zich zouden kunnen nemen. Ik ben het met Verwoerdt eens dat er nog veel, veel te veel bijgeloof tussen de oren van de meeste zwarten zit. Voor elke tegenslag is wel een geest of een voorouder aansprakelijk te stellen. Voor elke meevaller is wel een geest te vinden aan wie ze hun dankbaarheid kunnen tonen. Veel animo om zich te verbeteren, is er bij veel van jouw zwarten niet. Ik wil niet zo ver gaan om te stellen dat de meeste zwarten lui zijn, want ik ben er van overtuigd dat dit niet zo is, maar overlopen van ijver is niet een van jullie beste eigenschappen.'

Uiteindelijk slagen de Britten er in om door hun kwantitatieve en kwalitatieve meerderheid de Boeren in de verdediging te dringen hetgeen leidt, na een oorlog van meer dan een jaar, tot de bezetting van de hoofdsteden van de twee Boerenrepublieken. Om vervolgens de Boerenlegers die geenszins van plan zijn om zich over te geven, verder onder druk te zetten om te strijd te staken, maken de Britten gebruik van een aantal maatregelen die er niet op gericht zijn de oorlog met militaire middelen te winnen doch richt zich tegen de weerloze vrouwen, kinderen en ouderen van de Boerenbevolking door ze op te sluiten in zogenaamde "interneringskampen" die niet alleen veel uiterlijke overeenkomst vertenonen met de latere concentratiekampen van de Nazi's , doch gebaseerd waren op hetzelfde principe dat deze mensen zogenaamd moesten worden "beschermd " tegen een op wraak beluste inlandse bevolking.

Meer ...

De andere bondgenoot van de Boeren is de onverzettelijke wil van vrijwel de gehele bevolking die waar ze maar kan, de troepen van voedsel, vervangende uitrusting, paarden, muildieren zowel als van onderdak voorziet. Op elke boerderij en in de kleinste gehuchten krijgen die eenheden hulp. De Britten maken bekend dat iedereen die op welke manier dan ook steun geeft aan de Boeren, zeer streng zal worden gestraft. Er zijn zelfs vlugschriften uitgedeeld, waarin gedreigd wordt dat de boerderijen die actief steun geven aan de Boereneenheden, zullen worden geconfisqueerd en in sommige gevallen zelfs worden vernietigd. Wanneer er in de Engelstalige pers artikelen verschijnen, waarin Milner en generaal Lord Kitchener die maarschalk Roberts is opgevolgd als militair gouverneur, deze bedreiging formuleren, slaan bij Bambeke de stoppen door.
Tijdens mijn dagelijkse rondgang en vaste bespreking met Bambeke, zit hij letterlijk te tieren van kwaadheid. 'Rudi, het staat hier zwart op wit! En de schrijver verdedigt zelfs deze middeleeuwse praktijk!'
Ik weet zo gauw niet waar Bambeke het over heeft, maar word snel op de hoogte gebracht.
'Het is een schandaal van de eerste orde', brult Bambeke met een vuurrode kop van kwaadheid. 'Kijk zelf maar! Er staat zelfs een foto bij van de misdaden die door het Britse leger en zelfs in persoon door hun aanvoerder, die Lord Kitchener, worden uitgevoerd. En ze schamen zich zelfs niet om te vertellen dat deze maatregelen als straf bedoeld zijn voor collaborerende boeren en boerengezinnen die vanuit hun boerderij de eenheden steunen. Dan kunnen ze godverdomme het beste alle dorpen en gebouwen in heel Transvaal platbranden. En voor straf? Wat hebben die vrouwen, kinderen en grijsaards dan wel voor strafbaars gedaan? Zij hebben hun echtgenoten en andere familieleden gehuisvest en gevoed. Is dat strafbaar? En wat komt er nu van die stakkers terecht? Die staan met hun hele hebben en houwen midden in de winter in open terrein?
Waar moeten die mensen nu naar toe? En de autoriteiten schamen zich zelfs niet voor dit soort praktijken! Sterker nog, ze hebben het plan opgevat om al die vrouwen en kinderen te interneren in kampen! Net zoals wij met de krijgsgevangenen doen. Maar krijgsgevangenen zijn uiteindelijk een soort kameraden. Die hebben gevochten en verloren. En worden daarom tijdelijk opgesloten in kampen. Maar wat hebben die vrouwen en kinderen dan misdreven dat ze zogenaamd "gestraft" moeten worden? En in dat artikel staat ook nog eens een keer dat de hoofdbewoners als krijgsgevangenen zullen worden behandeld. Als krijgsgevangenen! Vrouwen, kinderen en grijsaards.
Daar komt nog bij, dat de paarden en het vee van die boerderijen in beslag worden genomen. Zogenaamd om ze op een "veilige plaats" te concentreren zodat ze later weer aan de rechtmatige eigenaars kunnen worden terug gegeven.
Wat een hypocriet gelieg! Dat gelooft toch geen mens?
Waarom nemen ze dat vee dan eerst van de rechtmatige eigenaren af? Om het later weer te kunnen teruggeven? Maar die koeien, geiten en schapen zorgen voor het dagelijks voedsel van die boerenfamilies, zoals melk en vlees. Wanneer je dat vee van die boerderijen weghaalt, hebben die mensen tegelijkertijd ook niets meer te eten.
Is dat wat de Britten een "gentlemans" oorlog noemen, zoals ze zo vaak in hun "jingo"pers schrijven. Het zou een zogenaamde "Blanke oorlog" zijn waar de zwarte bevolking van gespaard zou blijven. Gespaard blijven? En wat gebeurt er met al die zwarte werkers en bedienden die nu niet alleen brodeloos zijn geworden, maar ook al geen dak boven het hoofd meer hebben? Al die zwarte gezinnen die nu plotseling zonder voedsel en zonder enige vorm van huisvesting volledig aan de goden zijn overgeleverd? Worden die dan ook als krijgsgevangenen opgesloten? En wie moet al die mensen te eten geven? En onderdak? En dan heb ik het nog helemaal niet over medische verzorging. Want het gaat hier niet over "een paar" mannen en vrouwen!
Neen, het gaat om tienduizenden!
Wij hebben al moeite genoeg om die vierduizend Britse krijgsgevangenen van voldoende voedsel te voorzien. En waar halen die schofterige misdadigers dan voedsel vandaan? Gaan ze dat dan importeren? Uit de Kaapkolonie of uit Natal? Of gaan ze dat uit Australië importeren? Want wanneer je alle boerderijen in Transvaal en Oranje Vrijstaat afbrandt en je sluit de bewoners in kampen op, wie zorgt er dan voor dat er voedsel komt?'

Uiteindelijk slaat Rudi er in om een eigen afgewogen oordeel te hebben over wat er na de oorlog in Transvaal en Oranje Vrijstaat zal moeten gebeuren. Voor hem staat een ding vast!
De beide Boerenrepublieken zullen in geen enkel opzicht meer lijken op wat zij voor de oorlog waren. Het voornaamste is dat de blanke Boerenbevolking zich zal moeten aanpassen aan de nieuwe situatie waarbij het zwarte deel van de bevolking een groter stuk van de welvaart zullen moeten krijgen.

Meer ...

Wanneer ik zaal twee in loop, kom ik zuster Theresa tegen en ik geef haar direct opdracht om het bed van Verwoerdt door schermen zo goed mogelijk af te zonderen. Dat moet niet al te moeilijk zijn, want er staan nu een paar bedden leeg zodat het wat gemakkelijker is om de zaal op te delen. Wanneer ik bij Verwoerdt kom, zie ik dat zijn baard is geknipt en gekamd. Hij draagt ziekenhuiskleding en ziet er, gelet op de omstandigheden, min of meer tevreden uit.
'Wel, Verwoerdt, dat is een hele verbetering. Wie heeft jou zo opgekalefaterd?'
'Die zwarte van u, dokter. Ik moet toegeven dat ze dat vakbekwaam heeft gedaan. U hebt haar goed afgericht.'
Zo, denk ik. Het is al "zwarte" in plaats van Kaffer. Een hele vooruitgang!
'Zinhle is onze meest ervaren operatiezuster, Verwoerdt. Ik denk dat ze bij meer dan driehonderd operaties heeft geholpen en ze is zeer bekwaam in het uitvoeren van kleine ingrepen zonder dat ik of dokter Van Son daarbij hoeven zijn. Dat is geen kwestie van africhten, maar van voorlichten en voordoen.'
Verwoerdt kijkt me peinzend aan. Waarom al die moeite dokter? Van voorlichten en opleiden? Deze zwarte heeft dan het geluk gehad dat ze in een beschermde omgeving werkt, maar het gros van die Kaffers zit bij elkaar in hun vuile hutten en zijn nergens anders voor te gebruiken dan wat eenvoudige werkzaamheden. Dat zit nu eenmaal in hun bloed, dokter. Ze zijn dom en lui en hebben ook geen enkele ambitie om in het leven vooruit te komen. Die zwarte apen zijn al blij dat ze elke dag te vreten hebben, een dak boven hun hoofd en een vrouw in hun bed. Wat willen die gasten dan nog meer? Een huis? Met een pannendak? En een eigen waterput? Hier bij u in de kraal hebben ze het zelfs nog beter dan veel blanken die vroeger in de Rand woonden. Ze mogen hun God op hun blote knieën danken.'
'Ik kan me onze gesprekken van vorig jaar nog wel een beetje herinneren, Verwoerdt. Toen hebben we het ongeveer over hetzelfde onderwerp gehad.
Maar ik was het toen en ben het ook nu volledig met je oneens. Vooruit, ik geef toe dat de meeste zwarten niet veel anders kunnen bereiken dan de meest eenvoudige werkjes. Maar welke kans hebben ze in het verleden gehad om zich te ontwikkelen? Een beetje lezen en schrijven op de kloosterscholen was al voldoende. Want waarom zullen we ze meer onderwijs geven?, was de algemene opvatting. Dat is toch paarlen voor de zwijnen werpen? Wat heeft een mijnwerker aan algebra en geschiedenis?'
'Juist dokter, dat klopt precies. En daar komt nog bij dat die zwarten in het geheel niet in staat zijn om te leren! Hebt u wel eens een zwarte dokter gezien?' Verwoerdt lacht en trekt een beetje met zijn mond, omdat zijn wond steekt.
'Luister, Verwoerdt, geen dokter zoals Van Son en ik in de westerse betekenis van het woord. Maar het medicijn tegen jouw "Rode Loop", de kleiverbanden rond jouw been en de zalf op jouw borstverwonding komen allemaal uit de apotheek van een zwarte dokter die hier medicijnman heet. Ik zal het je nog sterker vertellen, Verwoerdt. Ik ben er voor honderd procent van overtuigd dat we hier tientallen gewonden hadden kunnen afschrijven, wanneer die niet opnieuw op de been zijn geholpen door de medicijnen van onze zwarte assistent hier in Bosfontein. Ik geef grif toe dat de medische kennis van Buthelezi ver achterloopt bij die van ons, westers opgeleide artsen, maar dit wil niet zeggen dat hun medische kunnen per definitie ook achterloopt. Zij hebben een zeer praktische kennis over het gebruik van sommige planten en kruiden waar blanke artsen alleen maar van kunnen dromen. En zo vullen we elkaar aan. Ik leer Buthelezi om diagnoses te stellen en leg uit hoe het menselijk lichaam in elkaar zit, en hij vertelt me over de middeltjes die hij door overlevering heeft geleerd te maken en die in veel gevallen buitengewoon bruikbaar zijn om onze zieken en gewonden te kunnen helpen.'
Verwoerdt grimlacht. 'Strakjes gaat u nog beweren dat er in de toekomst zwarte artsen zullen zijn, die zelfs blanke patiënten kunnen helpen. Wel, met alle respect dokter, maar dat zie ik toch niet gebeuren.'
'O nee, Verwoerdt? In het verleden waren verpleegsters alleen maar blanke, op westerse manier opgeleide ziekenhuisassistentes. Maar door de oorlog was de behoefte aan verpleegsters dusdanig groot, dat er geëxperimenteerd werd door in sommige gevallen zwarte verpleegsters deeltaken te geven in de ziekenzorg. En wat zie je? Dat die zwarte verpleegsters met een beetje hulp en voorlichting op den duur hetzelfde werk kunnen doen als hun blanke collega's. Kijk maar naar Zinhle hier! Die heeft zo-even jouw baard uitgekamd en geknipt. Hadden we haar niet gehad, dan had dat door de tuinman moeten gebeuren. Onder voorbehoud dat die blank zou zijn geweest, natuurlijk. Maar het meisje heeft niet alleen jouw baard gekuist, ze heeft daarvoor geassisteerd bij het repareren van jouw longschot en het zetten van jouw dijbeen. Dat kun je toch moeilijk als "de meest simpele werkjes" kwalificeren?'
'Dokter, het eind is zoek. De hele wereld staat op zijn kop! Ik woon mijn hele leven al hier in Transvaal en voor mij, mijn vader en mijn grootvader. Onze wereld was eenvoudig, waarbij eenieder zijn plaats in de samenleving had. En nu door die verschrikkelijke oorlog ligt die wereld ondersteboven! U werkt hier met zwarte verpleegsters, en ik word bijna om zeep geholpen door een zwarte schoft die door de Britten van een wapen is voorzien. Dat was drie jaar geleden nog volstrekte fantasie. Wanneer er toen een zwarte mij recht in mijn gezicht had durven aankijken, dan had ik hem al het hele erf over geschopt. En nu staat daar zo'n zwarte aap met een Lee Metford op mij gericht en haalt zonder zich te bedenken de trekker over.'
'Hoezo, Verwoerdt. Ben jij dan door toedoen van een bewapende zwarte hier in Bosfontein beland?'

Het boek eindigt met een epiloog van Rob van de Werken; Afrika- en Boerenoorlogkenner, die analyseert hoe de uitslag van de oorlog katalysator is geweest van het ontstaan van het systeem van "Apartheid". Hoe een oorspronkelijk goed bedoeld systeem van "Gescheiden ontwikkeling" en "Goede nabuurschap" werd veranderd in een systeem dat slechts door terreur kon worden overeind gehouden en dus op die manier geen enkele historische kans van overleven had.

Bestellen

Dit boek wordt uitgegeven door BNB.
Klik hier om het boek via BNB te bestellen.

Er zijn (nog) geen recenties.